Bestuurdersaansprakelijkheid
Beperking persoonlijke aansprakelijkheid!
De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de financiële gevolgen van persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders in verband met "onbehoorlijk bestuur".
Wanneer een bestuurder zijn taak "naar behoren" vervult, kan hij aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade van derden. Het is belangrijk om te realiseren dat er bij de bestuurdersaansprakelijkheid sprake is van een hoofdelijke aansprakelijkheid krachtens de wet.
Dat betekent dat elk van de individuele bestuurders in persoon verantwoordelijk is te houden voor alle bestuursactiviteiten tezamen. Er hoeft dus niet van iedere bestuurder bewezen te worden wat zij individueel verkeerd hebben gedaan.
De verzekering is bedoeld voor bestuurders en commissarissen van B.V.'s en N.V.'s of bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen. Ook functionarissen die met deze functies gelijk zijn te stellen, worden meeverzekerd. Ook de kosten voor juridisch advies en eventuele procedures in verband met de aanspraak zijn gedekt.
De bestuurders- en commissarissenverzekeringen en het belang daarvan.
Schadevoorbeeld: non-profit bestuurders persoonlijk aansprakelijk gesteld.
Ook bij non-profit organisaties zijn steeds vaker bestuurders en toezichthouders persoonlijk aansprakelijk voor hun handelen. De navolgende recente uitspraak laat zien waarom ook voor een vereniging of stichting een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering relevant is.
Bij stichting X verdwijnt in 1999 tien miljoen euro doordat geld dat was bestemd ter aflossing van een lening, op advies van een financieel adviseur bij een respectabele bank risicovol wordt belegd in een land buiten Europa.
De gemeente B staat borg voor de lening en lijdt hierdoor financiële schade. Burgemeester en Wethouders besluiten in 2003 dat de voormalige voorzitter, secretaris en penningmeester van de stichting zich nooit met dit soort beleggingen hadden mogen inlaten. Dat zij zich verweerden met hun onkunde is volgens de rechter nog een extra verwijt.
De andere bestuurders kunnen zich evenmin verschuilen achter de penningmeester, de adviseur en de bank. Ook zij hebben voldoende signalen gekregen dat het niet goed ging en hebben niets ondernomen. Tenslotte hebben ook zij alle relevante documenten ondertekend. De Rechtbank oordeelde dat de drie oud-bestuursleden van de stichting ernstig verwijtbaar hebben gehandeld en daarom jegens de stichting persoonlijk aansprakelijk zijn voor het verdwijnen van dit bedrag. Aan het begin van de procedure is beslag gelegd op de woningen van de drie oud-bestuurders. De oud-bestuurders vragen de Rechtbank om opheffing daarvan, maar dat verzoek wordt door de Rechtbank afgewezen. Betalingen van een gedeelte van de nog nader vast te stellen schade, kunnen door de gemeente worden verkregen door de verkoop van de woningen van de oud-bestuurders.
Neem contact met ons op voor meer informatie. Wij helpen u graag verder.


